dinsdag 15 juni 2010
15 juni 2010
De ware liefde blijkt niet iemand te zijn die aan al mijn eisen voldoet, maar iemand bij wie ik al mijn eisen als vanzelf loslaat.
zondag 28 maart 2010
20 maart 2010
Het lijkt alsof ons leven een nieuw ochtendgloren zal kennen, een nieuw en lieflijk kleurpalet, en dat in die geest van warmte onze ellende getransformeerd zal worden tot zoiets wonderbaarlijks en voelbaars als de vogels in de hemel.
De wereld is nieuw voor me, alles is pril, de eerste dag van de schepping. Ik kan mijn ogen uitkijken op een spinnenweb of een pissebed. Ik kan niet genoeg krijgen van de gezichten en de ogen van de mensen. Het feit dat mensen praten, lachen, huilen, zweten, zingen zonder dat er een zichtbaar iets bestaat dat al die activiteit mogelijk maakt, het feit dat er leven zit in hun lijf, dat ze datgene in hun vlees omdragen wat leven genoemd wordt, komt me voor als iets ongelooflijks. Ik kijk naar baby’s, met een open mond van verwondering. Ik kan er maar niet over uit dat we vanuit onze ogen, onze innerlijke werelden naar buiten kunnen kijken, naar de mensen, terwijl zij die naar ons kijken niet door onze ogen naar binnen kunnen kijken, onze gedachten en innerlijke werelden zien. Dat je je zo transparant kunt voelen, maar tegelijk zo ondoorzichtig: dat is een raadsel voor me. Zelfs het bewegen, die handeling waarbij mensen op twee benen lopen, erop in evenwicht blijven, kan me verrassen. Ik heb mijn ogen wijd open, uit een nieuwe angst voor de slaap, en ik kijk naar de wereld, ik probeer alles te zien wat er maar is, alle dingen haal ik met wijd open armen mijn leven binnen. Ik omhels het verontrustende mysterie van de werkelijkheid, en ik word sterker.
De wereld is nieuw voor me, alles is pril, de eerste dag van de schepping. Ik kan mijn ogen uitkijken op een spinnenweb of een pissebed. Ik kan niet genoeg krijgen van de gezichten en de ogen van de mensen. Het feit dat mensen praten, lachen, huilen, zweten, zingen zonder dat er een zichtbaar iets bestaat dat al die activiteit mogelijk maakt, het feit dat er leven zit in hun lijf, dat ze datgene in hun vlees omdragen wat leven genoemd wordt, komt me voor als iets ongelooflijks. Ik kijk naar baby’s, met een open mond van verwondering. Ik kan er maar niet over uit dat we vanuit onze ogen, onze innerlijke werelden naar buiten kunnen kijken, naar de mensen, terwijl zij die naar ons kijken niet door onze ogen naar binnen kunnen kijken, onze gedachten en innerlijke werelden zien. Dat je je zo transparant kunt voelen, maar tegelijk zo ondoorzichtig: dat is een raadsel voor me. Zelfs het bewegen, die handeling waarbij mensen op twee benen lopen, erop in evenwicht blijven, kan me verrassen. Ik heb mijn ogen wijd open, uit een nieuwe angst voor de slaap, en ik kijk naar de wereld, ik probeer alles te zien wat er maar is, alle dingen haal ik met wijd open armen mijn leven binnen. Ik omhels het verontrustende mysterie van de werkelijkheid, en ik word sterker.
donderdag 14 januari 2010
13 januari 2010
Zal ik je een geheim verklappen? Het is een klein geheim. Zo klein als het hart van een net geboren poesje wat spint in je hand. Zo klein als een boterbloem, die ’s zomers groeit aan de waterkant. Een geheim zo klein als een vlammetje van een kaars, wat langzaam op brandt. Zo klein als een verdwaalde bierdop, ergens op het strand. Zo klein als een sneeuwvlok, welke dwarrelt door de lucht en langzaam op de grond landt. Mijn geheim, wat ik het liefst van de daken schreeuwen zou. Maar ik hou het klein, hier binnen in mij. Toch fluister ik het je toe: lief, ik hou van jou.
woensdag 6 januari 2010
6 januari 2010
Lief, laten we genieten.
Genieten van het leven tot we niet meer kunnen. Lachen tot het pijn doet, drinken tot we niet meer kunnen staan, dansen tot onze voeten ons niet meer kunnen dragen, dromen tot ze uitkomen, eten tot we vol zitten, zoenen tot onze lippen droog zijn, knuffelen totdat onze armen moe zijn, ruzie maken tot het opgelost is, leren tot we beseffen dat perfectie niet bestaat.
Genieten tot onze liefde op is, gelukkig kunnen zijn tot we willen huilen, onbezorgd kunnen leven tot we beseffen dat we maar één kans hebben. Laten we door de sneeuw lopen tot we bevroren zijn, winkelen tot ons geld op is, reizen tot we over de horizon zijn, kussen tot onze lippen schuren. Laten we films kijken tot onze ogen vierkant zijn, ijsthee drinken tot we misselijk zijn, vrijen tot het opnieuw nacht is, strandwandelingen maken tot het vloed is, zonnen tot we verbrand zijn, ijsbonbons eten tot we alle gezegdes kennen, door de sneeuw fietsen tot we vallen, lui zijn tot we slapen, werken tot we niet meer aan elkaar kunnen denken.
Laten we vrolijk zijn tot de ander er chagrijnig van wordt, studeren tot we alles weten, muziek luisteren tot we alle liedjes mee kunnen zingen, samen zijn tot het niet meer kan.
Maar laten we genieten, zolang het kan. Genieten tot de zon ophoudt met schijnen.
Genieten zolang we beide denken: Lief, ik hou van jou.
Genieten van het leven tot we niet meer kunnen. Lachen tot het pijn doet, drinken tot we niet meer kunnen staan, dansen tot onze voeten ons niet meer kunnen dragen, dromen tot ze uitkomen, eten tot we vol zitten, zoenen tot onze lippen droog zijn, knuffelen totdat onze armen moe zijn, ruzie maken tot het opgelost is, leren tot we beseffen dat perfectie niet bestaat.
Genieten tot onze liefde op is, gelukkig kunnen zijn tot we willen huilen, onbezorgd kunnen leven tot we beseffen dat we maar één kans hebben. Laten we door de sneeuw lopen tot we bevroren zijn, winkelen tot ons geld op is, reizen tot we over de horizon zijn, kussen tot onze lippen schuren. Laten we films kijken tot onze ogen vierkant zijn, ijsthee drinken tot we misselijk zijn, vrijen tot het opnieuw nacht is, strandwandelingen maken tot het vloed is, zonnen tot we verbrand zijn, ijsbonbons eten tot we alle gezegdes kennen, door de sneeuw fietsen tot we vallen, lui zijn tot we slapen, werken tot we niet meer aan elkaar kunnen denken.
Laten we vrolijk zijn tot de ander er chagrijnig van wordt, studeren tot we alles weten, muziek luisteren tot we alle liedjes mee kunnen zingen, samen zijn tot het niet meer kan.
Maar laten we genieten, zolang het kan. Genieten tot de zon ophoudt met schijnen.
Genieten zolang we beide denken: Lief, ik hou van jou.
Abonneren op:
Posts (Atom)